Schrijfatelier – Nieuw bij Edits33

Schrijfatelier

✍️Vanaf januari 2018 organiseert Edits33 elke eerste vrijdag van de maand een Schrijfatelier ✍️

Heb je behoefte aan een duwtje in de rug? Loop je vast op een bepaalde passage? Wil je weten of je op de goede weg bent met je manuscript? Twijfel je over een hoofdstuk? Sta je aan het begin van een tweede of derde boek? Of ben je druk bezig met je allereerste boek?

Het Schrijfatelier is een bijeenkomst waar jij gegarandeerd feedback krijgt op je schrijfproduct. Er is elke bijeenkomst plaats voor maximaal 5 deelnemers, om zo persoonlijke aandacht en ruimte voor het stellen van vragen te kunnen garanderen.

Iedereen steekt iets van elkaars schrijfproduct en elkaars feedback op. Je krijgt dus elk Schrijfatelier meerdere cadeautjes!

Het Schrijfatelier is geschikt voor ALLE auteurs in ELKE fase van het schrijfproces, binnen ALLE genres.

Na de bijeenkomst kan je met de tips, feedback, vol inspiratie en nieuwe ideeën weer aan de slag met je manuscript.

Wanneer?
Elke eerste vrijdag van de maand in de eerste helft van 2018: 5 januari, 2 februari, 2 maart, 6 april,  4 mei, 1 juni en 6 juli.

Waar?
Het Schrijfatelier vindt plaats op elke eerste vrijdag van de maand van 19:30 – 22:00 uur, in Breda.
Een gezellige bijeenkomst, een kleine setting, feedback en heerlijke bonenkoffie ☕

Hoe werkt het?
Aanmelden via info@edits33.nl of stuur een berichtje via facebook. Vermeld duidelijk de datum waarop je aanwezig wilt zijn. Elke bijeenkomst duurt 2,5 uur en kost 35 euro. Je krijgt de factuur via email bij aanmelding, deze voldoe je vooraf.

Let op! vol = vol -> er is echt maar plaats voor 5 deelnemers per keer!

Niet vergeten!
Je stuurt 3000 woorden/10 blz. uiterlijk anderhalve week vantevoren naar info@edits33.nl o.v.v. schrijfatelier en de datum van deelname.

Heb je nog vragen? Stuur gerust een mailtje naar info@edits33.nl

Schrijfprobleem #13 Je personage niet kennen

…Hoewel elke auteur andere manieren heeft om een personage te verzinnen, zijn er enkele vaste richtlijnen aan dit proces verbonden. Zo is het verstandig om tegensprekende karaktereigenschappen te vermijden (een workaholic kan niet tegelijkertijd een nietsnut zijn), want die zorgen ervoor dat je personages ongeloofwaardig overkomen op lezers. Daarnaast moet het uiterlijk van personages consistent zijn met hun karakter: een personage met sneakers en kapotte jeans is doorgaans geen perfectionist.

Toch kunnen er zich nog onregelmatigheden in gedrag voordoen als je jouw personage op papier helemaal hebt uitgewerkt. Stel: jouw hoofdpersonage is vrij net opgevoed, maar ze heeft nog niet veel van de wereld is gezien en is daarom erg schichtig. In een scène ziet ze een onbekend iemand in elkaar geslagen worden en plots besluit ze het slachtoffer te helpen.

Als auteur lijkt de keuze van het personage logisch, misschien omdat dit conflict het belangrijkste plotlijn in werking stelt, of misschien omdat het voor jou juist aanvoelt. Als lezer kan dit echter geforceerd of zelfs ongeloofwaardig aanvoelen. Waarom besluit het personage ineens iemand te helpen? Misschien is het zelfs de eerste keer dat ze een gevecht ziet. In dat geval zou het juist logisch zijn dat ze niet ingrijpt, maar bijvoorbeeld in angst wegloopt.

Als lezer ga je uit van het gedrag dat je het personage hebt zien uiten. Als dit gedrag wordt doorbroken omwille van een plottwist, kunnen de lezers zich niet meer identificeren met het personage. De geloofwaardigheid is weg omdat het personage zichzelf niet meer lijkt te zijn.

Koppel de plot dus aan jouw personage. Als een conflict het van jouw personage vraagt dat ze ineens een heldendaad verricht, zorg er dan voor dat dit doorschemert in haar acties eerder in het verhaal. Of geef haar een reden om het te doen (misschien is degene die in elkaar wordt geslagen wel haar beste en enige vriend). Het tegenovergestelde kan ook voorkomen: dat je jouw plot aanpast omwille van het personage. Beide opties zijn mogelijk, zolang de plot en de personages maar op elkaar afgesteld zijn.

Bestudeer ook hoe sommige personages tegenover elkaar staan. Een zeer direct persoon zal al snel bot reageren op een introvert iemand. Door het Kwadrant van Ofman te gebruiken kun je al snel achter de valkuilen en allergieën van de kernkwaliteit van jouw personages komen. Dit is met name handig als je slechte eigenschappen voor je personages wilt verzinnen, maar niet weet welke het meest realistisch overkomen op de lezer.

Personages kunnen echter ook onbewuste motivaties hebben, gevoelens die ze zelf ook niet in de hand hebben. Als auteur kun je deze voorspellen door hun gedrag en gedachten te analyseren en hierop in te spelen. Soms komt het perfect uit om meer spanning of een extra conflict toe te voegen in je verhaal, maar soms ook helemaal niet. De kunst om deze motivaties, zowel bewust als onbewust, te hanteren om het verhaal naar een hoger niveau te tillen zonder daar invloed op uit te oefenen vanuit jouw eigen motivaties maakt doorgaans het verschil tussen een goed of slecht boek.

Bron: Schrijvenonline.org

Schrijfprobleem #12 Te veel variatie in dialogen

Een zekere mate van variatie is vaak een must in geschreven teksten, maar op één vlak kun je variatie beter vermijden: dialoogaanduidingen.

Als je iemand face-to-face spreekt, zal veel van de communicatie non-verbaal verlopen. Je maakt gezichtsuitdrukkingen of gebaren en sommige woorden spreek je net iets anders uit om er een bepaalde betekenis aan te geven. Als schrijver kun je bij lange na niet elke non-verbale uitdrukking aan de lezer tonen. Doe je dat wel, dan heeft dat doorgaans een hilarisch effect, wat meestal niet positief is.

‘Kom je nou naar bed?’ gaapt Sanne.
‘Ga maar alvast slapen,’ snauwt Maarten.
‘Het kan ook nooit eens op een pleziertje uitdraaien, hè?’ verzucht Sanne.

Het bovenstaande voorbeeld is nog maar een fragment van het probleem waar veel schrijvers mee kampen. De dialoog klinkt perfect in je gedachten, maar op papier lijkt het alsof er een orkest aan vreemde geluiden door de slaapkamer galmt. We lezen dat personages blèren, lispelen, uitbrengen, mummelen, enzovoorts. De meeste aanduidingen zouden een echte dialoog erg vreemd maken. Stel je eens voor hoe iemand drie zinnen achterelkaar zucht of hardop lacht. De eerste optie is lichamelijk zo goed als onmogelijk en de tweede zou een onverstaanbaar geblaat als gevolg hebben.

Zeggen is een uitstekend Nederlands woord dat exact laat weten wat er gebeurt. Hoe het personage haar woorden uitspreekt is doorgaans wel af te leiden uit de context. Bovendien leest het woord zeggen erg snel weg. Lezers zijn gewend aan het woord en zullen dus met een oogopslag begrijpen wat er gebeurt. Het gebruiken van synoniemen om variatie toe te voegen werkt dus averechts, want het vertraagt het lezen.

Overigens hoef je niet altijd een dialoogaanduiding te gebruiken. Soms maakt een bepaalde actie van een personage duidelijk dat zij aan het woord is, of is het vanwege de setting logisch wie er praat. Lees hieronder hetzelfde voorbeeld, maar dan zonder de wisselende dialoogaanduidingen:

 ‘Kom je nou naar bed?’ Sanne rekt zich hoorbaar uit.
Maarten zit voorover gebogen naar zijn computerscherm te turen. ‘Ga maar alvast slapen,’ zegt hij.
Sanne zucht. ‘Het kan ook nooit eens op een pleziertje uitdraaien, hè?’

Zet bovendien een dialoogaanduiding altijd na de eerste gesproken zin als een personage aan het woord is. Het is namelijk niet fijn om pas na tien gesproken zinnen erachter te komen wie er aan het praten is. In het ergste geval moet de lezer het hele stuk opnieuw lezen omdat hij dacht dat er iemand anders sprak.

Ben je er niet zeker van of je te veel of juist te weinig aanduidingen gebruikt, lees je verhaal dan hardop voor en luister hoe het klinkt.

Bron: Schrijvenonline #12

Schrijfprobleem #11 Verkeerd gebruik van scènes

Het schrijfprobleem van deze week is: te korte scènes schrijven om de aandacht van de lezer te behouden.

Je kent het vast wel: boeken die meer dan vijftig hoofdstukken hebben, maar minder dan driehonderd pagina’s tellen. De lezer krijgt dan al snel hoofdstukken van minder dan vijf pagina’s voorgeschoteld, waar nauwelijks een scène met alles erop en eraan in past. Het gevolg is dat je geen scènes schrijft, maar incidenten. Vaak staan deze incidenten bol van actie, alleen maar om de aandacht van de lezer te behouden.

Te veel actie verveelt. Het is misschien nog saaier om te lezen dan pagina’s aan achtergrondverhaal, omdat de meeste scènes voorspelbaar worden. Als je een hoofdpersonage hebt die in elke scène in een ruzie terechtkomt, dan zal de lezer opgelucht ademhalen zodra er een rustig moment in het verhaal komt. Als dan voor de zoveelste keer een ruzie losbarst, ervaart de lezer geen spanning meer, maar de bittere nasmaak van het cliché.

Neem dus de tijd. Wees niet bang voor hoofdstukken die langer dan tien pagina’s zijn. Het blijft verstandig om scènes middenin het conflict te laten beginnen, maar dat betekent niet dat er geen rustmomenten in de scènes plaats kunnen vinden. Besef dat een scène in feite een miniplot is met begin, kern en climax, met een protagonist en antagonist en het conflict dat tussen hen speelt.

Wees dus niet bang dat je de aandacht van de lezer verliest. Zodra elke scène een conflict heeft dat de aandacht van de lezer trekt, kun je de tijd nemen om de lezer onder te dompelen in het verhaal. Heb je scènes die geen conflict bevatten, schrap ze dan. Elke scène moet bijdragen aan de conclusie van het verhaal. Bedenk dus bij het schrijven van een scène niet wat er in die scène moet komen, maar wat het doel ervan is en hoe het de plot en de personages verder ontwikkelt.

Bron: Schrijvenonline #11

Schrijfprobleem #10 De les lezen

Iedereen heeft wel eens de behoefte om zijn of haar mening te uiten over een maatschappelijk onderwerp, of bepaald gedrag waar diegene zich aan stoort. Gebruik dit niet als doel voor een verhaal, want dan loop je het risico dat de lezer het gevoel heeft dat je hem de les leest.

Niemand houdt ervan om de les gelezen te krijgen, zelfs niet als het door je ouders of door je leraren op school werd gedaan (in het laatste geval betaal je er zelfs voor). Je gevoel zegt dat je iets verkeerd hebt gedaan en je lichaam schiet in de verdedigende houding. Logischerwijs is dat niet de reactie die je bij de lezer wil oproepen.

Het overgrote deel van het lezerspubliek leest boeken om zich te vermaken. Ze willen avontuur, willen ontroerd worden of willen spanning voelen die ze normaal gesproken niet kunnen ervaren. Als mensen geïnformeerd willen worden lezen ze een biografie. Maar ook in die vorm moet je als auteur zorgen dat de tekst hapklaar is en in zekere mate de lezer vermaakt.

Veel auteurs denken fictie te kunnen gebruiken als een manier om hun mening over te brengen. Het hoofdpersonage heeft een sterke mening en grijpt elke kans aan om die te laten klinken. Vaak is dit niks anders dan de mening van de auteur zelf, en lezers doorzien dat gelijk. Omzeil dit door het verhaal vermakelijk te maken. Verweef het thema dat je wil aansnijden in een aangrijpend verhaal, zodat lezers jouw mening in de eerste plaats zullen verbinden aan de gebeurtenissen in het verhaal. Zodra dat gebeurt, heb je ze aan het denken gezet en dat is precies wat je wilt bereiken.

Als je verhaal goed genoeg is, zullen lezers er na het lezen over na blijven denken of erover discussiëren met kennissen. Hoewel het standpunt dat je naar voren wilde brengen dan vooral in verband wordt gebracht met het verhaal, is de kans groot dat de lezers het ook op de echte wereld gaan betrekken. In dat geval voelen ze zich niet direct aangesproken, maar zijn ze wel vermaakt en geïnformeerd. Wat wil je nog meer?

Bron: Schrijvenonline #10

Schrijfprobleem #9 Teveel uitleg geven

Sommige schrijvers hebben de neiging om alles aan hun lezers uit te leggen, uit angst dat die de plot niet begrijpen. Dit is niet alleen het geval als schrijvers uitgebreid de voorgeschiedenis van hun personages uitleggen, maar ook als ze te lang doen over de introductie van hun scènes.

Soms is het beschrijven van de voorgeschiedenis of historie van jouw verhaal (of de wereld in jouw verhaal) noodzakelijk. Dat is niet te ontkennen. Maar als je dit standaard aan het begin van je hoofdstukken doet, loop je het risico de lezer te vervelen. De lezer wil namelijk actie en conflict om in het verhaal gezogen te worden, niet ellenlange pagina’s met uitleg.

Bekijk het ook op kleinere schaal: als je een scène introduceert met het hoofdpersonage dat wakker wordt, of naar de bushalte loopt, of überhaupt iets doet dat geen conflict teweeg brengt, vraag jezelf dan af of dat fragment wel noodzakelijk is voor de plot. Zo niet, dan kun je het stuk negen van de tien keer schrappen. Het wordt schrijvers niet voor niks aangeraden elke scène middenin de actie te laten beginnen. Achtergrondinformatie kun je vervolgens subtiel in de scène verweven, bijvoorbeeld door middel van dialoog, of toevoegen op een later moment.

Een goed voorbeeld hiervan is het boek Duin van Frank Herbert. In dit sciencefiction verhaal is er sprake van een totaal ander universum dan dat wij kennen. De auteur start het verhaal echter met conflict, waardoor de uitleg van dat universum voorlopig niet van belang is. Pas zodra de lezer absoluut nadere informatie van de wereld nodig heeft om de plot te begrijpen, legt Herbert het uit. Zo houd je de lezer geïnteresseerd omdat je de juiste informatie geeft op het moment dat het nodig is.

Bron: Schrijvenonline #9

Schrijfprobleem #8 Niet willen leren van voorgangers

Je zult menig aspirant schrijver horen zeggen: ik lees geen werk van anderen, want dat beïnvloedt mijn stijl. Lees verder om erachter te komen waarom je juist kunt leren schrijven van auteurs die het vak al kennen.

Sommige mensen worden geboren met een pen in de hand. Ze schrijven prachtige verhalen zonder dat ze namen als Hemingway of Beckett kennen. Dat klinkt als een droom, en dat is het ook. Iedere schrijver heeft moeten zweten om zijn of haar stijl te ontwikkelen.

Schrijven is een vak, en een vak moet je leren. En sommige mensen leren nu eenmaal sneller dan anderen, net zoals die student die na één nacht blokken zijn tentamen foutloos maakt, terwijl zijn klasgenoten moeten zwoegen voor dat zesje. Eerlijkheid heeft er niks mee te maken; zo zit het leven nu eenmaal in elkaar. Wat we wel kunnen doen, is leren van elkaar. Want als startende tekenaars hun vak leren door over te tekenen, waarom zou je bij schrijven dan niet op dezelfde manier te werk gaan?

Zet je dus over die drempel heen en lees het werk van bekende auteurs. Bestudeer hun werk, analyseer hun stijl, de manier waarop ze de plot vormgeven en je als lezer in het verhaal trekken. De beste vraag die je jezelf telkens kunt stellen tijdens het lezen, is: ‘Waarom schrijft de auteur dit?’ Vogel uit wat de beweegredenen van de auteur zijn voor bepaalde fragmenten en wat voor effect dit heeft in het verhaal.

Als je het werk van anderen leest, is het van belang dat je varieert. Lees dus niet het gehele oeuvre van één auteur, maar ga bijvoorbeeld een top 10 lijst af, of lees eens een genre dat je normaal niet leest. Als iets succes heeft, dan is daar een reden voor. Lees het en kom erachter, ook al interesseert het verhaal van het boek je helemaal niet. Je leest immers niet alleen voor je plezier, maar ook om te leren.

Bedenk ook dat als een auteur iets doet, je het niet blindelings moet kopiëren. Laat je inspireren en sla vervolgens je eigen weg in. Schrijven blijft immers iets dat dicht bij je hart ligt, dus gebruik dat als startpunt. Lees dus om trucs in het schrijven te vinden en hanteer die op jouw eigen manier. Zodra je die combinatie maakt – jouw gevoel plus de techniek – zul je pareltjes produceren.

Limiteer je bovendien niet aan boeken. Het schrijven van een verhaal is één ding, maar als je het als boek wilt uitgeven, doe je er goed aan het hele proces te bestuderen. Kijk films, vergelijk de plot met die van een boek, en analyseer vooral de marketingstrategie van bekende auteurs. Je boek staat of valt immers bij promotie.

Bron: Schrijvenonline #8

Schrijfprobleem #7 Geen conflict

Een verhaal heeft een aantal vast elementen, zoals een thema, de verteltijd en een conflict. Veel startende schrijvers denken te weinig na over het conflict binnen hun plot. Het gevolg is dat er onbewust meerdere conflicten ontstaan en het verhaal ontspoort.

Elk verhaal heeft een conflict dat één of meerdere hoofdpersonages van het verhaal aanzet tot actie. Dit conflict is dus de opzet voor de plot. Is in jouw verhaal een tienermeisje gekidnapt en is haar vader, het hoofdpersonage, de enige die haar kan redden? Dan is dat het overkoepelende conflicvan jouw verhaal. Een simpel voorbeeld, natuurlijk, want een conflict kan zich ook afspelen binnen de gedachten van het hoofdpersonage. Dat wordt het innerlijk conflict genoemd.

Het conflict is het element dat het alledaagse leven van jouw hoofdpersonage uit evenwicht brengt. Het verstoort de balans zo dat het personage gedwongen is actie te ondernemen om de balans terug te vinden. Welke acties dat zijn is geheel afhankelijk van het doel van de plot en de karaktereigenschappen van het personage. Sommige schrijvers laten zich leiden door hoe hun personage zou reageren, terwijl anderen een plan volgen om tot een eind te komen.

Vermijd een te simpel conflict. Personages die op een dag besluiten totaal af te wijken van hun dagelijkse patroon, zijn niet geloofwaardig. Dit kan in het echt natuurlijk ook voorkomen (of kan zelfs waar gebeurd zijn), maar mensen zullen het in een boek als ongeloofwaardig bestempelen. Lezers willen zien wat het conflict is, wat de aanleiding ervan is en wat voor effect dat heeft op het hoofdpersonage. Soms wordt de aanleiding pas verderop in het verhaal duidelijk, of moeten de lezers het bij elkaar puzzelen. Lezers willen moeite doen om het conflict te begrijpen.

Het conflict biedt dus de spanning die je jouw lezer wil laten voelen. Het conflict staat of valt met het belang ervan. Begin dan ook niet met schrijven voordat je voor jezelf duidelijk hebt wat het conflict is dat jouw personages aanzet tot hun acties. Waarom veranderen ze hun dagelijkse patroon? Wat hopen ze teweeg te brengen? Welke gevolgen hebben die acties, zowel op extern als intern niveau?

Als je geen antwoord weet op die vragen, dan heb je jouw conflict nog niet goed uitgedacht. En als de schrijver niet weet wat het conflict in zijn verhaal is, hoe moeten lezers er dan achter komen?

Bron: Schrijvenonline #7

Schrijfprobleem #6 Je doelgroep niet kennen

Veel startende schrijvers beginnen met hun verhaal zonder dat ze weten wie ze willen aanspreken. In die zin schrijven ze alleen voor zichzelf. Daarbij komen we aan op het probleem van deze week: niet weten voor welk publiek je schrijft.

Het voornaamste gevolg van dit probleem is dat lezers een zekere distantiering voelen bij de tekst. Ze voelen zich niet aangesproken door de tekst, misschien omdat het verhaal een volwassen thema heeft maar geschreven is in een kinderlijke stijl. Of andersom, zoals een webtekst over schoolkranten waarin je de lezer aanspreekt met ‘u’.

Er zijn veel doelgroepen die elk anders aangesproken dienen te worden, dus de kans dat je het goed doet zonder te weten op wie jij je richt, is zeer gering. Beslis dus nog voordat je gaat schrijven voor wie je schrijft. Wil je een kinderboek uitgeven? Doe dan eerst onderzoek naar het cognitieve niveau op verschillende leeftijden. Of richt jij je op volwassenen? Bepaal dan of het om een specifieke groep volwassenen gaat. Als je verhaal bijvoorbeeld de scheikundige wereld induikt, verwacht de lezer ook dat je het vakjargon op dat gebied kent.

Zodra je jouw doelgroep hebt vastgesteld, kun je gaan zoeken naar goedverkopende boeken binnen het gekozen genre en publiek. Hoe spreken zij de doelgroep aan, is er een bepaalde stijl waar je op moet letten, et cetera. Laat je inspireren door wat werkt en verweef dat met jouw eigen creativiteit.

Daarnaast kun je onderzoek doen naar de doelgroep zelf. Ken je mensen die het soort boeken lezen die jij wilt schrijven? Stel ze dan eens wat vragen, bijvoorbeeld wat ze graag lezen en hoe ze het liefst worden aangesproken. Of zoek online, bijvoorbeeld op een forum, waar lezers discussiëren over dat soort boeken.

Uiteraard schrijf je vooral voor jezelf, omdat het een behoefte van je is. Maar bedenk dat een boek gelezen dient te worden; dat is immers de functie van een boek. Houd dus altijd rekening met wat het publiek wil lezen en hoe jij hen kunt voorzien in die behoefte.

Bron: Schrijvenonline #6

Schrijfprobleem #5 Te weinig voorbereiding

Het vijfde schrijfprobleem is iets waar veel beginnende schrijvers tegenop zien: onderzoek doen. Vrijwel geen enkele bestseller is tot stand gekomen zonder dat er veel tijd is gestoken in het maken van een schrijfplan en het doen van research.

Met onderzoek doen bedoelen we niet alleen het achterhalen van feiten en weetjes, zoals welke scheldwoorden gebruikelijk waren in de 17e eeuw. Informatie verzamelen voor je boek betekent ook een schrijfplan maken, je personages uitwerken en bepalen welke ontwikkelingen zich voordoen in het verhaal. Veel beginnende schrijvers denken hier weinig of niet over na. Het resultaat: een boek dat bol staat van inconsequente gebeurtenissen en onsamenhangende verhaallijnen die zelfs niet door meerdere herschrijfrondes te verbeteren zijn.

Het lijkt erop alsof onderzoek doen veel tijd kost, tijd die je ook kunt besteden aan het schrijven van je boek. Houd echter ook rekening met de tijd die het kost als je veel moet herschrijven. Vaak zit daar juist het meeste werk in. Bespaar jezelf dus de moeite en bepaal op voorhand hoe het verhaal begint en eindigt. Bepaal welke ontwikkeling je hoofdpersonage doormaakt en hoe hij of zij daar gedurende het verhaal mee zal omgaan.

Zodra je veel van die elementen hebt uitgewerkt, hoef je tijdens het schrijfproces alleen maar van A naar B te werken. De gaten in de plot kun je gaandeweg opvullen. Op die manier kun je ook belangrijke aspecten die zich later in het verhaal voordoen in het verhaal al vroeg introduceren of door laten schemeren. Zonder een plan zou je dergelijke hints pas in een herschrijfronde moeten invoegen, wat tijdrovend is.

In een plan kun je ook op voorhand beslissen wat er gebeurt en waarom dat gebeurt. Vaak kom je er pas laat in het schrijfproces achter dat sommige gebeurtenissen niks toevoegen aan het verhaal dat je wil vertellen. Het gevolg is dat je een heel stuk van je verhaal kunt schrappen. Een schrijfplan helpt dat te voorkomen.

Negeer dus de neiging om direct achter je bureau te duiken en aan de slag te gaan. Schrijf eerst op wat je wil en hoe je daar gaat komen. Hoewel het aanvankelijk zal aanvoelen als een tijdrovende klus, zal een concept van je verhaal veel ruimte vrijmaken in je gedachten en je een aantal herschrijfronden besparen.

Bron: Schrijvenonline #5