literair tijdschrift Alice

Schrijven Magazine presenteert: literair tijdschrift Alice

Schrijven Magazine breidt uit. met Alice, een literair tijdschrift van 8 tot 16 pagina’s dat vanaf nu integraal onderdeel wordt van Schrijven Magazine en zich exclusief zal richten op nieuw, onbekend talent. Hoofdredacteur Frank Noë legt uit.

Waarom een literair tijdschrift?

Frank Noë: ‘Het aantal publicatiemogelijkheden voor beginnende schrijvers is de laatste jaren sterk afgenomen. Verschillende literaire tijdschriften zijn gestopt, en de tijdschriften die overbleven reserveren betrekkelijk weinig ruimte voor nieuw, onbekend talent. De bezoekers van Schrijven Online snijden dat probleem geregeld aan, dus dachten wij: waarom springen wij niet in dat gat?’

Een verhaal of gedicht inzenden?

Waarom Alice?

Frank Noë: ‘Dat is een eerbetoon aan Alice Munro, de Nobelprijswinnares. En natuurlijk ook een beetje aan Alice in Wonderland. ‘

Dus jullie gaan je richten op korte verhalen? Of ook op gedichten?

Frank Noë: ‘Op allebei. Zowel verhalen als gedichten zijn welkom.’

Wat maakt Alice anders dan andere literaire tijdschriften?

Frank Noë: ‘De oplage van Alice is beduidend hoger dan die van het gemiddelde literaire tijdschrift. Schrijven Magazine en dus ook Alice heeft een gedrukte oplage van 9.000 exemplaren. We zijn bovendien goed verkrijgbaar in boekhandel en kiosk. We zijn wel wat minder dik dan de collega’s. We starten voorlopig met 8 pagina’s, met ruimte om uit te breiden naar 16 pagina’s. Daar staat dan weer tegenover dat wij vol inzetten op nieuw en onbekend talent. We gaan geen bevriende schrijvers vragen of ze verhalen of gedichten willen aanleveren.’

Wordt Alice een springplank naar een boek?

Frank Noë: ‘Dat is natuurlijk wel het doel. En om dat doel te bereiken gaan we ieder nummer van Alice opsturen naar de redacteuren van de belangrijkste Nederlandse en Vlaamse uitgeverijen.’

Ga jij de uitdaging aan? Stuur literair tijdschrift Alice je allerbeste verhaal (ca. 1.000 woorden) of gedicht(en). Via dit formulierLET OP: Er mag maar 1 inzending per editie opgestuurd worden.  

Pieter Hoekstra – De Heldensprong

De HeldensprongSinds deze week is De Heldensprong in de boekhandel verkrijgbaar. Pieter Hoekstra is schrijver én uitgever van deze psychologische roman.

Lydia Rood: De combinatie van vervreemding en levensechte details doen een verhaalwerkelijkheid scheppen die doet denken aan niemand minder dan John Irving.

De boekpresentatie staat online. De Heldensprong is te bestellen via de boekhandel en via bestelmijnboek.nl

ISBN 987-90-819926-0-2
Prijs: 19,95 euro

Schrijfprobleem #13 Je personage niet kennen

…Hoewel elke auteur andere manieren heeft om een personage te verzinnen, zijn er enkele vaste richtlijnen aan dit proces verbonden. Zo is het verstandig om tegensprekende karaktereigenschappen te vermijden (een workaholic kan niet tegelijkertijd een nietsnut zijn), want die zorgen ervoor dat je personages ongeloofwaardig overkomen op lezers. Daarnaast moet het uiterlijk van personages consistent zijn met hun karakter: een personage met sneakers en kapotte jeans is doorgaans geen perfectionist.

Toch kunnen er zich nog onregelmatigheden in gedrag voordoen als je jouw personage op papier helemaal hebt uitgewerkt. Stel: jouw hoofdpersonage is vrij net opgevoed, maar ze heeft nog niet veel van de wereld is gezien en is daarom erg schichtig. In een scène ziet ze een onbekend iemand in elkaar geslagen worden en plots besluit ze het slachtoffer te helpen.

Als auteur lijkt de keuze van het personage logisch, misschien omdat dit conflict het belangrijkste plotlijn in werking stelt, of misschien omdat het voor jou juist aanvoelt. Als lezer kan dit echter geforceerd of zelfs ongeloofwaardig aanvoelen. Waarom besluit het personage ineens iemand te helpen? Misschien is het zelfs de eerste keer dat ze een gevecht ziet. In dat geval zou het juist logisch zijn dat ze niet ingrijpt, maar bijvoorbeeld in angst wegloopt.

Als lezer ga je uit van het gedrag dat je het personage hebt zien uiten. Als dit gedrag wordt doorbroken omwille van een plottwist, kunnen de lezers zich niet meer identificeren met het personage. De geloofwaardigheid is weg omdat het personage zichzelf niet meer lijkt te zijn.

Koppel de plot dus aan jouw personage. Als een conflict het van jouw personage vraagt dat ze ineens een heldendaad verricht, zorg er dan voor dat dit doorschemert in haar acties eerder in het verhaal. Of geef haar een reden om het te doen (misschien is degene die in elkaar wordt geslagen wel haar beste en enige vriend). Het tegenovergestelde kan ook voorkomen: dat je jouw plot aanpast omwille van het personage. Beide opties zijn mogelijk, zolang de plot en de personages maar op elkaar afgesteld zijn.

Bestudeer ook hoe sommige personages tegenover elkaar staan. Een zeer direct persoon zal al snel bot reageren op een introvert iemand. Door het Kwadrant van Ofman te gebruiken kun je al snel achter de valkuilen en allergieën van de kernkwaliteit van jouw personages komen. Dit is met name handig als je slechte eigenschappen voor je personages wilt verzinnen, maar niet weet welke het meest realistisch overkomen op de lezer.

Personages kunnen echter ook onbewuste motivaties hebben, gevoelens die ze zelf ook niet in de hand hebben. Als auteur kun je deze voorspellen door hun gedrag en gedachten te analyseren en hierop in te spelen. Soms komt het perfect uit om meer spanning of een extra conflict toe te voegen in je verhaal, maar soms ook helemaal niet. De kunst om deze motivaties, zowel bewust als onbewust, te hanteren om het verhaal naar een hoger niveau te tillen zonder daar invloed op uit te oefenen vanuit jouw eigen motivaties maakt doorgaans het verschil tussen een goed of slecht boek.

Bron: Schrijvenonline.org

Tips om emoties te beschrijven

Bij het beschrijven van emoties komt een bekend schrijfdogma om de hoek kijken: show, don’t tell. Lees hier waarom dat dogma in dit geval meer regel dan tip is.

Emoties beschrijven is een struikelblok voor veel startende en zelfs gevorderde schrijvers. Als je aan de lezer duidelijk wilt maken wat een personage voelt, is de neiging groot dit op directe wijze te doen. ‘Ze voelt zich verdrietig’, of: ‘Hij keek boos uit zijn ogen’.

Maar een lezer voelt daar niks bij. Pas als je laat zien wat de betreffende emotie met het personage doet, kan de lezer zich er iets bij voorstellen. Dat zet de schrijver voor een uitdaging, want hoe breng je zoiets realistisch over?

Ken je personages

Je kunt een emotie pas beschrijven als je weet hoe het personage zal reageren op die emotie. We weten allemaal dat je rood aanloopt als je boos wordt, maar de ene zal met haar armen gaan zwaaien, terwijl de andere stilletjes zal wachten tot de bom barst. Schrijf dus nog voordat je aan het verhaal begint je personages tot in detail uit, zodat je kunt voorspellen hoe ze zullen reageren.

Leef je in

Gedrag voorspellen is één kant van de medaille. De andere is weten wat een emotie intern met je doet. Dat kun je pas weten als je voelt wat jouw personage voelt. Probeer dus eerst te weten te komen wat jouw personage denkt. Ga vervolgens na waarom zij dat denkt, of die gedachten pijnlijk zijn of juist verhelderend. Probeer dat te voelen, met behulp van herinneringen uit je eigen leven, en schrijf het dan op.

Doe inspiratie op

Als je een emotie wilt beschrijven die je zelf nooit ervaren hebt (niet iedereen is bijvoorbeeld wel eens letterlijk doodsbang geweest) kijk dan naar anderen. Speelfilms of series zijn in dit geval goede inspiratiebronnen, hoewel je natuurlijk niet in elke film een realistisch beeld voorgeschoteld krijgt. Een simpel voorbeeld is het kijken van een horrorfilm. Hoe reageer jij als je bang bent? Waarom? Verplaats die emotie in de gedachtegang van je personage en je zult zien dat je de scène binnen een mum van tijd klaar hebt.

Opdracht

Stephanie Ruitenbeek schrijft op schrijversblog iMazedBlog twee oefeningen die nuttig zijn als je vast zit met het beschrijven van een emotie. Lees ze hieronder of neem eens een kijkje op de blog:

1. Kies een emotie. Schrijf deze bovenaan een pagina en beschrijf hem. Denk aan de volgende vragen.

  • Wat doet deze emotie met mij of een persoon?
  • Wat is de oorzaak van deze emotie?
  • Wat kunnen de gevolgen zijn?
  • Hoe kan iemand reageren?
  • Wat doe ik bij deze emotie?
  • Wat is de inhoud van deze emotie?
  • Wat doet het met mijn personage?

2. Zet muziek op, kijk een film of denk ergens aan en beschrijf wat je voelt. Probeer al je gevoelens tot in detail te omschrijven, zonder dat je de emotie benoemt.

Bron: Schrijvenonline

Acht tips om uitgevers te benaderen

Uitgevers en literair agenten krijgen maandelijks talloze manuscripten binnen van startende auteurs. Eén fout bij het insturen en je manuscript wordt aan de kant gelegd. Met deze tips zal een uitgever of agent zeker aandacht aan jouw manuscript besteden.

 

1. Vind de juiste uitgever

Startende schrijvers weten vaak niet met welke uitgever ze in contact moeten komen. Sommige uitgevers geven bijvoorbeeld geen korte verhalen of poëzie uit, dus als je in die genres schrijft, zul je op zoek moeten gaan. Duik de bibliotheek in en zoek boeken op in het genre waar jij ook in schrijft. Kijk bij welke uitgever zij zijn gepubliceerd. Zo kun je voorkomen dat je bijvoorbeeld een non-fictie manuscript instuurt aan een uitgever van fictie.

2. Stuur een begeleidende brief mee

Als een uitgever of literair agent een manuscript binnenkrijgt zonder enige vorm van uitleg, kun je ervan uitgaan dat ze het niet zullen lezen. Stuur daarom een begeleidende brief mee. Wees daarin helder en beknopt, een redacteur zit immers niet te wachten op een uitleg van het hele schrijfproces. Wees vriendelijk en verwijs naar het bijgeleverde manuscript zonder er te veel over uit te wijden. En let op: maak geen spelfouten in de brief!

3. Stuur een synopsis mee

Niet minder belangrijk is het meesturen van een synopsis. Dit is een beknopt overzicht van jouw verhaal en is vaak de eerste indruk die een redacteur krijgt van jouw werk. De synopsis is als het ware een pitch; als je de redacteur ermee overtuigt, ben je er vrijwel zeker van dat hij het manuscript gaat lezen. Maak je synopsis overigens niet langer dan twee A4tjes, de redacteur heeft immers een heel manuscript voor de boeg. Lees hier hoe je een goede synopsis van je verhaal kunt schrijven.

4. Stuur niet meer dan één verhaal tegelijkertijd in

Deze tip geldt met name voor schrijvers die een roman insturen. Uitgevers en literair agenten moeten veel manuscripten doornemen en zullen niet verder lezen als ze het eerste verhaal niks vinden. Bespaar jezelf dus de moeite (en de kosten) en stuur één verhaal per keer in. Zo kun je ook alle aandacht op dat ene verhaal focussen om het zo goed mogelijk te maken.

5. Stuur geen eerder gepubliceerd werk in

Sommige uitgevers of websites geven werk uit dat eerder gepubliceerd is, maar het komt niet vaak voor. Uitgevers willen met iets nieuws komen, iets dat het publiek nog niet eerder gezien heeft. Stuur dus niet een oud manuscript in dat vroeger bij een andere uitgever onder is gebracht, maar schrijf nieuw materiaal.

6. Word niet boos op de uitgever/agent

Niet iedere redacteur ziet even vlug de waarde van een verhaal in, en sommigen maken ook fouten, maar uiteindelijk zijn zij wel degenen die opgeleid zijn voor het werk dat ze doen. Probeer dus geen discussie aan te gaan als je een afwijzing binnenkrijgt, maar lees/luister naar de feedback. Ben je boos op het feit dat je een standaard afwijzing per mail hebt ontvangen, bedenk dan dat de meeste uitgevers het te druk hebben om iedereen die ze afwijzen een persoonlijke mail of brief te sturen. Lukt het niet bij een uitgever, bedank ze dan voor de moeite en kijk verder.

7. Houd uitgevers op de hoogte

Word je gekozen door een uitgever, vergeet dan niet de overige uitgevers naar wie je jouw manuscript hebt gestuurd op de hoogte te stellen. Zo voorkom je dat een redacteur tijd verspilt aan een verhaal dat al vergeven is. Laat dus ook op voorhand weten dat jouw verhaal bij andere uitgevers ligt, zodat daar rekening mee gehouden kan worden.

8. Heb geduld

Dit is misschien wel de belangrijkste tip bij het insturen van een manuscript. Vergeet niet dat veel bekende schrijvers talloze keren hun manuscript hebben ingestuurd voordat ze werden geaccepteerd. Heb dus geduld en blijf insturen nadat je de feedback van afwijzingen hebt verwerkt. Lukt het bij de ene uitgeverij niet, dan zijn er altijd nog vele andere die misschien wel staan te popelen om jouw verhaal te publiceren.

Schrijfprobleem #12 Te veel variatie in dialogen

Een zekere mate van variatie is vaak een must in geschreven teksten, maar op één vlak kun je variatie beter vermijden: dialoogaanduidingen.

Als je iemand face-to-face spreekt, zal veel van de communicatie non-verbaal verlopen. Je maakt gezichtsuitdrukkingen of gebaren en sommige woorden spreek je net iets anders uit om er een bepaalde betekenis aan te geven. Als schrijver kun je bij lange na niet elke non-verbale uitdrukking aan de lezer tonen. Doe je dat wel, dan heeft dat doorgaans een hilarisch effect, wat meestal niet positief is.

‘Kom je nou naar bed?’ gaapt Sanne.
‘Ga maar alvast slapen,’ snauwt Maarten.
‘Het kan ook nooit eens op een pleziertje uitdraaien, hè?’ verzucht Sanne.

Het bovenstaande voorbeeld is nog maar een fragment van het probleem waar veel schrijvers mee kampen. De dialoog klinkt perfect in je gedachten, maar op papier lijkt het alsof er een orkest aan vreemde geluiden door de slaapkamer galmt. We lezen dat personages blèren, lispelen, uitbrengen, mummelen, enzovoorts. De meeste aanduidingen zouden een echte dialoog erg vreemd maken. Stel je eens voor hoe iemand drie zinnen achterelkaar zucht of hardop lacht. De eerste optie is lichamelijk zo goed als onmogelijk en de tweede zou een onverstaanbaar geblaat als gevolg hebben.

Zeggen is een uitstekend Nederlands woord dat exact laat weten wat er gebeurt. Hoe het personage haar woorden uitspreekt is doorgaans wel af te leiden uit de context. Bovendien leest het woord zeggen erg snel weg. Lezers zijn gewend aan het woord en zullen dus met een oogopslag begrijpen wat er gebeurt. Het gebruiken van synoniemen om variatie toe te voegen werkt dus averechts, want het vertraagt het lezen.

Overigens hoef je niet altijd een dialoogaanduiding te gebruiken. Soms maakt een bepaalde actie van een personage duidelijk dat zij aan het woord is, of is het vanwege de setting logisch wie er praat. Lees hieronder hetzelfde voorbeeld, maar dan zonder de wisselende dialoogaanduidingen:

 ‘Kom je nou naar bed?’ Sanne rekt zich hoorbaar uit.
Maarten zit voorover gebogen naar zijn computerscherm te turen. ‘Ga maar alvast slapen,’ zegt hij.
Sanne zucht. ‘Het kan ook nooit eens op een pleziertje uitdraaien, hè?’

Zet bovendien een dialoogaanduiding altijd na de eerste gesproken zin als een personage aan het woord is. Het is namelijk niet fijn om pas na tien gesproken zinnen erachter te komen wie er aan het praten is. In het ergste geval moet de lezer het hele stuk opnieuw lezen omdat hij dacht dat er iemand anders sprak.

Ben je er niet zeker van of je te veel of juist te weinig aanduidingen gebruikt, lees je verhaal dan hardop voor en luister hoe het klinkt.

Bron: Schrijvenonline #12

Schrijfprobleem #11 Verkeerd gebruik van scènes

Het schrijfprobleem van deze week is: te korte scènes schrijven om de aandacht van de lezer te behouden.

Je kent het vast wel: boeken die meer dan vijftig hoofdstukken hebben, maar minder dan driehonderd pagina’s tellen. De lezer krijgt dan al snel hoofdstukken van minder dan vijf pagina’s voorgeschoteld, waar nauwelijks een scène met alles erop en eraan in past. Het gevolg is dat je geen scènes schrijft, maar incidenten. Vaak staan deze incidenten bol van actie, alleen maar om de aandacht van de lezer te behouden.

Te veel actie verveelt. Het is misschien nog saaier om te lezen dan pagina’s aan achtergrondverhaal, omdat de meeste scènes voorspelbaar worden. Als je een hoofdpersonage hebt die in elke scène in een ruzie terechtkomt, dan zal de lezer opgelucht ademhalen zodra er een rustig moment in het verhaal komt. Als dan voor de zoveelste keer een ruzie losbarst, ervaart de lezer geen spanning meer, maar de bittere nasmaak van het cliché.

Neem dus de tijd. Wees niet bang voor hoofdstukken die langer dan tien pagina’s zijn. Het blijft verstandig om scènes middenin het conflict te laten beginnen, maar dat betekent niet dat er geen rustmomenten in de scènes plaats kunnen vinden. Besef dat een scène in feite een miniplot is met begin, kern en climax, met een protagonist en antagonist en het conflict dat tussen hen speelt.

Wees dus niet bang dat je de aandacht van de lezer verliest. Zodra elke scène een conflict heeft dat de aandacht van de lezer trekt, kun je de tijd nemen om de lezer onder te dompelen in het verhaal. Heb je scènes die geen conflict bevatten, schrap ze dan. Elke scène moet bijdragen aan de conclusie van het verhaal. Bedenk dus bij het schrijven van een scène niet wat er in die scène moet komen, maar wat het doel ervan is en hoe het de plot en de personages verder ontwikkelt.

Bron: Schrijvenonline #11

Schrijfprobleem #10 De les lezen

Iedereen heeft wel eens de behoefte om zijn of haar mening te uiten over een maatschappelijk onderwerp, of bepaald gedrag waar diegene zich aan stoort. Gebruik dit niet als doel voor een verhaal, want dan loop je het risico dat de lezer het gevoel heeft dat je hem de les leest.

Niemand houdt ervan om de les gelezen te krijgen, zelfs niet als het door je ouders of door je leraren op school werd gedaan (in het laatste geval betaal je er zelfs voor). Je gevoel zegt dat je iets verkeerd hebt gedaan en je lichaam schiet in de verdedigende houding. Logischerwijs is dat niet de reactie die je bij de lezer wil oproepen.

Het overgrote deel van het lezerspubliek leest boeken om zich te vermaken. Ze willen avontuur, willen ontroerd worden of willen spanning voelen die ze normaal gesproken niet kunnen ervaren. Als mensen geïnformeerd willen worden lezen ze een biografie. Maar ook in die vorm moet je als auteur zorgen dat de tekst hapklaar is en in zekere mate de lezer vermaakt.

Veel auteurs denken fictie te kunnen gebruiken als een manier om hun mening over te brengen. Het hoofdpersonage heeft een sterke mening en grijpt elke kans aan om die te laten klinken. Vaak is dit niks anders dan de mening van de auteur zelf, en lezers doorzien dat gelijk. Omzeil dit door het verhaal vermakelijk te maken. Verweef het thema dat je wil aansnijden in een aangrijpend verhaal, zodat lezers jouw mening in de eerste plaats zullen verbinden aan de gebeurtenissen in het verhaal. Zodra dat gebeurt, heb je ze aan het denken gezet en dat is precies wat je wilt bereiken.

Als je verhaal goed genoeg is, zullen lezers er na het lezen over na blijven denken of erover discussiëren met kennissen. Hoewel het standpunt dat je naar voren wilde brengen dan vooral in verband wordt gebracht met het verhaal, is de kans groot dat de lezers het ook op de echte wereld gaan betrekken. In dat geval voelen ze zich niet direct aangesproken, maar zijn ze wel vermaakt en geïnformeerd. Wat wil je nog meer?

Bron: Schrijvenonline #10

Schrijfprobleem #9 Teveel uitleg geven

Sommige schrijvers hebben de neiging om alles aan hun lezers uit te leggen, uit angst dat die de plot niet begrijpen. Dit is niet alleen het geval als schrijvers uitgebreid de voorgeschiedenis van hun personages uitleggen, maar ook als ze te lang doen over de introductie van hun scènes.

Soms is het beschrijven van de voorgeschiedenis of historie van jouw verhaal (of de wereld in jouw verhaal) noodzakelijk. Dat is niet te ontkennen. Maar als je dit standaard aan het begin van je hoofdstukken doet, loop je het risico de lezer te vervelen. De lezer wil namelijk actie en conflict om in het verhaal gezogen te worden, niet ellenlange pagina’s met uitleg.

Bekijk het ook op kleinere schaal: als je een scène introduceert met het hoofdpersonage dat wakker wordt, of naar de bushalte loopt, of überhaupt iets doet dat geen conflict teweeg brengt, vraag jezelf dan af of dat fragment wel noodzakelijk is voor de plot. Zo niet, dan kun je het stuk negen van de tien keer schrappen. Het wordt schrijvers niet voor niks aangeraden elke scène middenin de actie te laten beginnen. Achtergrondinformatie kun je vervolgens subtiel in de scène verweven, bijvoorbeeld door middel van dialoog, of toevoegen op een later moment.

Een goed voorbeeld hiervan is het boek Duin van Frank Herbert. In dit sciencefiction verhaal is er sprake van een totaal ander universum dan dat wij kennen. De auteur start het verhaal echter met conflict, waardoor de uitleg van dat universum voorlopig niet van belang is. Pas zodra de lezer absoluut nadere informatie van de wereld nodig heeft om de plot te begrijpen, legt Herbert het uit. Zo houd je de lezer geïnteresseerd omdat je de juiste informatie geeft op het moment dat het nodig is.

Bron: Schrijvenonline #9

Schrijfprobleem #8 Niet willen leren van voorgangers

Je zult menig aspirant schrijver horen zeggen: ik lees geen werk van anderen, want dat beïnvloedt mijn stijl. Lees verder om erachter te komen waarom je juist kunt leren schrijven van auteurs die het vak al kennen.

Sommige mensen worden geboren met een pen in de hand. Ze schrijven prachtige verhalen zonder dat ze namen als Hemingway of Beckett kennen. Dat klinkt als een droom, en dat is het ook. Iedere schrijver heeft moeten zweten om zijn of haar stijl te ontwikkelen.

Schrijven is een vak, en een vak moet je leren. En sommige mensen leren nu eenmaal sneller dan anderen, net zoals die student die na één nacht blokken zijn tentamen foutloos maakt, terwijl zijn klasgenoten moeten zwoegen voor dat zesje. Eerlijkheid heeft er niks mee te maken; zo zit het leven nu eenmaal in elkaar. Wat we wel kunnen doen, is leren van elkaar. Want als startende tekenaars hun vak leren door over te tekenen, waarom zou je bij schrijven dan niet op dezelfde manier te werk gaan?

Zet je dus over die drempel heen en lees het werk van bekende auteurs. Bestudeer hun werk, analyseer hun stijl, de manier waarop ze de plot vormgeven en je als lezer in het verhaal trekken. De beste vraag die je jezelf telkens kunt stellen tijdens het lezen, is: ‘Waarom schrijft de auteur dit?’ Vogel uit wat de beweegredenen van de auteur zijn voor bepaalde fragmenten en wat voor effect dit heeft in het verhaal.

Als je het werk van anderen leest, is het van belang dat je varieert. Lees dus niet het gehele oeuvre van één auteur, maar ga bijvoorbeeld een top 10 lijst af, of lees eens een genre dat je normaal niet leest. Als iets succes heeft, dan is daar een reden voor. Lees het en kom erachter, ook al interesseert het verhaal van het boek je helemaal niet. Je leest immers niet alleen voor je plezier, maar ook om te leren.

Bedenk ook dat als een auteur iets doet, je het niet blindelings moet kopiëren. Laat je inspireren en sla vervolgens je eigen weg in. Schrijven blijft immers iets dat dicht bij je hart ligt, dus gebruik dat als startpunt. Lees dus om trucs in het schrijven te vinden en hanteer die op jouw eigen manier. Zodra je die combinatie maakt – jouw gevoel plus de techniek – zul je pareltjes produceren.

Limiteer je bovendien niet aan boeken. Het schrijven van een verhaal is één ding, maar als je het als boek wilt uitgeven, doe je er goed aan het hele proces te bestuderen. Kijk films, vergelijk de plot met die van een boek, en analyseer vooral de marketingstrategie van bekende auteurs. Je boek staat of valt immers bij promotie.

Bron: Schrijvenonline #8