Komrij ontvangt postuum Boudewijn Büchprijs

Gerrit Komrij wint dit jaar de Boudewijn Büchprijs, bestemd voor een voorvechter van het antiquarische boek. De in juli overleden dichter krijgt de prijs postuum voor zijn levenslange inzet en belangstelling voor zeldzame boeken, aldus de jury.

Komrijs liefde voor bijzondere boeken blijkt uit ‘zijn essays en columns, bibliofiele edities van zijn werk en zijn eigen omvangrijke boekenverzameling’, vond de jury, die onder voorzitterschap stond van Frits Barend. De prijs, vernoemd naar de in 2002 overleden schrijver en groot boekenverzamelaar Boudewijn Büch, wordt dit jaar voor de tweede keer uitgereikt. Komrijs partner Charles Hofman zal de onderscheiding in oktober in ontvangst nemen.

Komrijs privébibliotheek omvatte 60.000 boeken, waarvan er dit najaar enkele duizenden zullen worden geveild, zo werd onlangs bekend. De verzameling omvat onder meer reisverhalen, erotische boeken en zeldzame boeken over uitwerpselen, waaruit Komrij lustig citeerde in zijn ‘encyclopedie van de stront’ Kakafonie.

‘Mijn droom was eigenlijk altijd om een boekwinkeltje te beginnen, om een antiquair te zijn,’ vertelde hij een jaar geleden nog in een interview. ‘Een potkacheltje achterin, brilletje op de neus, als de deurbel klingelde iedereen aankijken zodat ze meteen weer rechtsomkeert maakten. Bang dat ze je kinderen zouden stelen.’

Komrij beschouwde bibliofilie overigens niet alleen maar als iets benijdenswaardigs, zo schreef hij al met gevoel voor zelfspot in zijn essaybundel Verzonken boeken (1986): ‘De bibliofiel wordt door velen beschouwd als een fijn-proever, een liefhebber van mooie dingen die met zorg een uitgelezen verzameling bijeenbrengt. Niets is minder waar. De bibliofiel is een veelvraat, een slokop, een ordinaire op-stapelaar.’ Ook hield hij in 2010 een lezing getiteld ‘De crisis in de bibliofilie’, waarin hij de boekenverzamelaar een holbewoner noemde.

 

Bron: Nrc.nl/Boeken

Schrijfprobleem #12 Te veel variatie in dialogen

Een zekere mate van variatie is vaak een must in geschreven teksten, maar op één vlak kun je variatie beter vermijden: dialoogaanduidingen.

Als je iemand face-to-face spreekt, zal veel van de communicatie non-verbaal verlopen. Je maakt gezichtsuitdrukkingen of gebaren en sommige woorden spreek je net iets anders uit om er een bepaalde betekenis aan te geven. Als schrijver kun je bij lange na niet elke non-verbale uitdrukking aan de lezer tonen. Doe je dat wel, dan heeft dat doorgaans een hilarisch effect, wat meestal niet positief is.

‘Kom je nou naar bed?’ gaapt Sanne.
‘Ga maar alvast slapen,’ snauwt Maarten.
‘Het kan ook nooit eens op een pleziertje uitdraaien, hè?’ verzucht Sanne.

Het bovenstaande voorbeeld is nog maar een fragment van het probleem waar veel schrijvers mee kampen. De dialoog klinkt perfect in je gedachten, maar op papier lijkt het alsof er een orkest aan vreemde geluiden door de slaapkamer galmt. We lezen dat personages blèren, lispelen, uitbrengen, mummelen, enzovoorts. De meeste aanduidingen zouden een echte dialoog erg vreemd maken. Stel je eens voor hoe iemand drie zinnen achterelkaar zucht of hardop lacht. De eerste optie is lichamelijk zo goed als onmogelijk en de tweede zou een onverstaanbaar geblaat als gevolg hebben.

Zeggen is een uitstekend Nederlands woord dat exact laat weten wat er gebeurt. Hoe het personage haar woorden uitspreekt is doorgaans wel af te leiden uit de context. Bovendien leest het woord zeggen erg snel weg. Lezers zijn gewend aan het woord en zullen dus met een oogopslag begrijpen wat er gebeurt. Het gebruiken van synoniemen om variatie toe te voegen werkt dus averechts, want het vertraagt het lezen.

Overigens hoef je niet altijd een dialoogaanduiding te gebruiken. Soms maakt een bepaalde actie van een personage duidelijk dat zij aan het woord is, of is het vanwege de setting logisch wie er praat. Lees hieronder hetzelfde voorbeeld, maar dan zonder de wisselende dialoogaanduidingen:

 ‘Kom je nou naar bed?’ Sanne rekt zich hoorbaar uit.
Maarten zit voorover gebogen naar zijn computerscherm te turen. ‘Ga maar alvast slapen,’ zegt hij.
Sanne zucht. ‘Het kan ook nooit eens op een pleziertje uitdraaien, hè?’

Zet bovendien een dialoogaanduiding altijd na de eerste gesproken zin als een personage aan het woord is. Het is namelijk niet fijn om pas na tien gesproken zinnen erachter te komen wie er aan het praten is. In het ergste geval moet de lezer het hele stuk opnieuw lezen omdat hij dacht dat er iemand anders sprak.

Ben je er niet zeker van of je te veel of juist te weinig aanduidingen gebruikt, lees je verhaal dan hardop voor en luister hoe het klinkt.

Bron: Schrijvenonline #12

Schrijfprobleem #11 Verkeerd gebruik van scènes

Het schrijfprobleem van deze week is: te korte scènes schrijven om de aandacht van de lezer te behouden.

Je kent het vast wel: boeken die meer dan vijftig hoofdstukken hebben, maar minder dan driehonderd pagina’s tellen. De lezer krijgt dan al snel hoofdstukken van minder dan vijf pagina’s voorgeschoteld, waar nauwelijks een scène met alles erop en eraan in past. Het gevolg is dat je geen scènes schrijft, maar incidenten. Vaak staan deze incidenten bol van actie, alleen maar om de aandacht van de lezer te behouden.

Te veel actie verveelt. Het is misschien nog saaier om te lezen dan pagina’s aan achtergrondverhaal, omdat de meeste scènes voorspelbaar worden. Als je een hoofdpersonage hebt die in elke scène in een ruzie terechtkomt, dan zal de lezer opgelucht ademhalen zodra er een rustig moment in het verhaal komt. Als dan voor de zoveelste keer een ruzie losbarst, ervaart de lezer geen spanning meer, maar de bittere nasmaak van het cliché.

Neem dus de tijd. Wees niet bang voor hoofdstukken die langer dan tien pagina’s zijn. Het blijft verstandig om scènes middenin het conflict te laten beginnen, maar dat betekent niet dat er geen rustmomenten in de scènes plaats kunnen vinden. Besef dat een scène in feite een miniplot is met begin, kern en climax, met een protagonist en antagonist en het conflict dat tussen hen speelt.

Wees dus niet bang dat je de aandacht van de lezer verliest. Zodra elke scène een conflict heeft dat de aandacht van de lezer trekt, kun je de tijd nemen om de lezer onder te dompelen in het verhaal. Heb je scènes die geen conflict bevatten, schrap ze dan. Elke scène moet bijdragen aan de conclusie van het verhaal. Bedenk dus bij het schrijven van een scène niet wat er in die scène moet komen, maar wat het doel ervan is en hoe het de plot en de personages verder ontwikkelt.

Bron: Schrijvenonline #11

Schrijfprobleem #10 De les lezen

Iedereen heeft wel eens de behoefte om zijn of haar mening te uiten over een maatschappelijk onderwerp, of bepaald gedrag waar diegene zich aan stoort. Gebruik dit niet als doel voor een verhaal, want dan loop je het risico dat de lezer het gevoel heeft dat je hem de les leest.

Niemand houdt ervan om de les gelezen te krijgen, zelfs niet als het door je ouders of door je leraren op school werd gedaan (in het laatste geval betaal je er zelfs voor). Je gevoel zegt dat je iets verkeerd hebt gedaan en je lichaam schiet in de verdedigende houding. Logischerwijs is dat niet de reactie die je bij de lezer wil oproepen.

Het overgrote deel van het lezerspubliek leest boeken om zich te vermaken. Ze willen avontuur, willen ontroerd worden of willen spanning voelen die ze normaal gesproken niet kunnen ervaren. Als mensen geïnformeerd willen worden lezen ze een biografie. Maar ook in die vorm moet je als auteur zorgen dat de tekst hapklaar is en in zekere mate de lezer vermaakt.

Veel auteurs denken fictie te kunnen gebruiken als een manier om hun mening over te brengen. Het hoofdpersonage heeft een sterke mening en grijpt elke kans aan om die te laten klinken. Vaak is dit niks anders dan de mening van de auteur zelf, en lezers doorzien dat gelijk. Omzeil dit door het verhaal vermakelijk te maken. Verweef het thema dat je wil aansnijden in een aangrijpend verhaal, zodat lezers jouw mening in de eerste plaats zullen verbinden aan de gebeurtenissen in het verhaal. Zodra dat gebeurt, heb je ze aan het denken gezet en dat is precies wat je wilt bereiken.

Als je verhaal goed genoeg is, zullen lezers er na het lezen over na blijven denken of erover discussiëren met kennissen. Hoewel het standpunt dat je naar voren wilde brengen dan vooral in verband wordt gebracht met het verhaal, is de kans groot dat de lezers het ook op de echte wereld gaan betrekken. In dat geval voelen ze zich niet direct aangesproken, maar zijn ze wel vermaakt en geïnformeerd. Wat wil je nog meer?

Bron: Schrijvenonline #10

‘Talent voor Taal? Schrijf je verhaal!’

Schrijfwedstrijd ‘Talent voor Taal? Schrijf je verhaal!’ van start

Arthur Japin, Zarayda Groenhart en Jim Bakkum gaven vrijdag 7 september in de Openbare Bibliotheek Amsterdam het startschot voor de schrijfwedstrijd van het jaar: Talent voor taal? Schrijf je verhaal! Vanaf vandaag tot uiterlijk 7 oktober kunnen jongeren van 12 tot en met 18 jaar een verhaal van maximaal 600 woorden insturen over het thema ‘Niets is wat het lijkt’. Op 30 oktober worden de winnaars bekend gemaakt in het AFAS Circustheater in Den Haag.Een op de zeven vijftienjarigen in Nederland heeft moeite met schrijven en lezen. Talent voor taal? Schrijf je verhaal! wil alle jongeren bereiken: van jongeren die moeite hebben met schrijven tot getalenteerde auteurs in de dop. Iedereen tussen de 12 en 18 jaar kan zijn of haar verhaal over ‘Niets is wat het lijkt’ insturen. De tien beste inzendingen winnen een masterclass schrijven van Arthur Japin. De schrijver van het winnende verhaal gaat met de hele klas naar de musical Wicked en ontmoet de cast, waaronder hoofdrolspeler Jim Bakkum.

Niets is wat het lijkt

Het thema van de schrijfwedstrijd is ontleend aan Wicked. Deze populaire musical gaat over anders zijn dan anderen, niet begrepen worden en je het buitenbeentje voelen. Een thema dat vaak herkenbaar is bij jongeren. Maar er is nog een reden dat is gekozen voor het thema van deze musical. Talent voor Taal is gebaseerd op het Britse concept Wicked Young Writers’ Award. Een al jaren succesvol initiatief op West End, waarbij jong talent op een laagdrempelige manier wordt aangemoedigd om schrijftalent te ontwikkelen.

Jury

De jury bestaat uit auteur Arthur Japin (juryvoorzitter), columniste en presentatrice Daphne Deckers en presentatrice Zarayda Groenhart. Zij kiezen uit de tien beste inzendingen het winnende verhaal.

Schrijfwedstrijd

Het verhaal mag maximaal 600 woorden zijn en moet uiterlijk 7 oktober binnen zijn op talentvoortaal@cpnb.nl. Voor Talent voor Taal werken Stichting CPNB, Stichting Lezen & Schrijven en Joop van den Ende Theaterproducties samen.

bron: http://www.musicals.nl/talent-voor-taal-nieuws-schrijfwedstrijd-talent-voor-taal-schrijf-je-verhaal-van-start.asp

Schrijfprobleem #9 Teveel uitleg geven

Sommige schrijvers hebben de neiging om alles aan hun lezers uit te leggen, uit angst dat die de plot niet begrijpen. Dit is niet alleen het geval als schrijvers uitgebreid de voorgeschiedenis van hun personages uitleggen, maar ook als ze te lang doen over de introductie van hun scènes.

Soms is het beschrijven van de voorgeschiedenis of historie van jouw verhaal (of de wereld in jouw verhaal) noodzakelijk. Dat is niet te ontkennen. Maar als je dit standaard aan het begin van je hoofdstukken doet, loop je het risico de lezer te vervelen. De lezer wil namelijk actie en conflict om in het verhaal gezogen te worden, niet ellenlange pagina’s met uitleg.

Bekijk het ook op kleinere schaal: als je een scène introduceert met het hoofdpersonage dat wakker wordt, of naar de bushalte loopt, of überhaupt iets doet dat geen conflict teweeg brengt, vraag jezelf dan af of dat fragment wel noodzakelijk is voor de plot. Zo niet, dan kun je het stuk negen van de tien keer schrappen. Het wordt schrijvers niet voor niks aangeraden elke scène middenin de actie te laten beginnen. Achtergrondinformatie kun je vervolgens subtiel in de scène verweven, bijvoorbeeld door middel van dialoog, of toevoegen op een later moment.

Een goed voorbeeld hiervan is het boek Duin van Frank Herbert. In dit sciencefiction verhaal is er sprake van een totaal ander universum dan dat wij kennen. De auteur start het verhaal echter met conflict, waardoor de uitleg van dat universum voorlopig niet van belang is. Pas zodra de lezer absoluut nadere informatie van de wereld nodig heeft om de plot te begrijpen, legt Herbert het uit. Zo houd je de lezer geïnteresseerd omdat je de juiste informatie geeft op het moment dat het nodig is.

Bron: Schrijvenonline #9

Schrijfprobleem #8 Niet willen leren van voorgangers

Je zult menig aspirant schrijver horen zeggen: ik lees geen werk van anderen, want dat beïnvloedt mijn stijl. Lees verder om erachter te komen waarom je juist kunt leren schrijven van auteurs die het vak al kennen.

Sommige mensen worden geboren met een pen in de hand. Ze schrijven prachtige verhalen zonder dat ze namen als Hemingway of Beckett kennen. Dat klinkt als een droom, en dat is het ook. Iedere schrijver heeft moeten zweten om zijn of haar stijl te ontwikkelen.

Schrijven is een vak, en een vak moet je leren. En sommige mensen leren nu eenmaal sneller dan anderen, net zoals die student die na één nacht blokken zijn tentamen foutloos maakt, terwijl zijn klasgenoten moeten zwoegen voor dat zesje. Eerlijkheid heeft er niks mee te maken; zo zit het leven nu eenmaal in elkaar. Wat we wel kunnen doen, is leren van elkaar. Want als startende tekenaars hun vak leren door over te tekenen, waarom zou je bij schrijven dan niet op dezelfde manier te werk gaan?

Zet je dus over die drempel heen en lees het werk van bekende auteurs. Bestudeer hun werk, analyseer hun stijl, de manier waarop ze de plot vormgeven en je als lezer in het verhaal trekken. De beste vraag die je jezelf telkens kunt stellen tijdens het lezen, is: ‘Waarom schrijft de auteur dit?’ Vogel uit wat de beweegredenen van de auteur zijn voor bepaalde fragmenten en wat voor effect dit heeft in het verhaal.

Als je het werk van anderen leest, is het van belang dat je varieert. Lees dus niet het gehele oeuvre van één auteur, maar ga bijvoorbeeld een top 10 lijst af, of lees eens een genre dat je normaal niet leest. Als iets succes heeft, dan is daar een reden voor. Lees het en kom erachter, ook al interesseert het verhaal van het boek je helemaal niet. Je leest immers niet alleen voor je plezier, maar ook om te leren.

Bedenk ook dat als een auteur iets doet, je het niet blindelings moet kopiëren. Laat je inspireren en sla vervolgens je eigen weg in. Schrijven blijft immers iets dat dicht bij je hart ligt, dus gebruik dat als startpunt. Lees dus om trucs in het schrijven te vinden en hanteer die op jouw eigen manier. Zodra je die combinatie maakt – jouw gevoel plus de techniek – zul je pareltjes produceren.

Limiteer je bovendien niet aan boeken. Het schrijven van een verhaal is één ding, maar als je het als boek wilt uitgeven, doe je er goed aan het hele proces te bestuderen. Kijk films, vergelijk de plot met die van een boek, en analyseer vooral de marketingstrategie van bekende auteurs. Je boek staat of valt immers bij promotie.

Bron: Schrijvenonline #8

Schrijfprobleem #7 Geen conflict

Een verhaal heeft een aantal vast elementen, zoals een thema, de verteltijd en een conflict. Veel startende schrijvers denken te weinig na over het conflict binnen hun plot. Het gevolg is dat er onbewust meerdere conflicten ontstaan en het verhaal ontspoort.

Elk verhaal heeft een conflict dat één of meerdere hoofdpersonages van het verhaal aanzet tot actie. Dit conflict is dus de opzet voor de plot. Is in jouw verhaal een tienermeisje gekidnapt en is haar vader, het hoofdpersonage, de enige die haar kan redden? Dan is dat het overkoepelende conflicvan jouw verhaal. Een simpel voorbeeld, natuurlijk, want een conflict kan zich ook afspelen binnen de gedachten van het hoofdpersonage. Dat wordt het innerlijk conflict genoemd.

Het conflict is het element dat het alledaagse leven van jouw hoofdpersonage uit evenwicht brengt. Het verstoort de balans zo dat het personage gedwongen is actie te ondernemen om de balans terug te vinden. Welke acties dat zijn is geheel afhankelijk van het doel van de plot en de karaktereigenschappen van het personage. Sommige schrijvers laten zich leiden door hoe hun personage zou reageren, terwijl anderen een plan volgen om tot een eind te komen.

Vermijd een te simpel conflict. Personages die op een dag besluiten totaal af te wijken van hun dagelijkse patroon, zijn niet geloofwaardig. Dit kan in het echt natuurlijk ook voorkomen (of kan zelfs waar gebeurd zijn), maar mensen zullen het in een boek als ongeloofwaardig bestempelen. Lezers willen zien wat het conflict is, wat de aanleiding ervan is en wat voor effect dat heeft op het hoofdpersonage. Soms wordt de aanleiding pas verderop in het verhaal duidelijk, of moeten de lezers het bij elkaar puzzelen. Lezers willen moeite doen om het conflict te begrijpen.

Het conflict biedt dus de spanning die je jouw lezer wil laten voelen. Het conflict staat of valt met het belang ervan. Begin dan ook niet met schrijven voordat je voor jezelf duidelijk hebt wat het conflict is dat jouw personages aanzet tot hun acties. Waarom veranderen ze hun dagelijkse patroon? Wat hopen ze teweeg te brengen? Welke gevolgen hebben die acties, zowel op extern als intern niveau?

Als je geen antwoord weet op die vragen, dan heb je jouw conflict nog niet goed uitgedacht. En als de schrijver niet weet wat het conflict in zijn verhaal is, hoe moeten lezers er dan achter komen?

Bron: Schrijvenonline #7

NS Publieksprijs

De NS Publieksprijs is de prijs voor het beste boek, gekozen door het publiek. Het winnende boek mag zich Boek van het Jaar noemen. De stemperiode loopt van zaterdag 1 september tot en met maandag 15 oktober 2012.

Een comité van boekverkopers en bibliothecarissen kiest uit een groslijst van de meest populaire boeken van het afgelopen jaar zes boeken: de zes nominaties. Je kunt stemmen op een van deze zes boeken of je stem uitbrengen op een boek naar vrije keuze. Voorwaarde voor een boek naar vrije keuze is dat het boek oorspronkelijk Nederlandstalig dient te zijn.

De NS Publieksprijs voor het Nederlandse Boek wordt toegekend aan de titel die bij het publiek op de eerste plaats is geëindigd mits de titel ook voorkomt in de einduitslag van de Kernjury. De auteur van het winnende boek ontvangt een sculptuur van Jeroen Henneman, een geldbedrag van € 7.500,- en een NS Altijd Vrij abonnement 1e klas ter waarde van € 5.940,-. Het boek ontvang de titel Boek van het Jaar 2012.

Déjà vu van Esther Verhoef is winnaar van de NS Publieksprijs 2011 en mag zich Boek van het Jaar 2011 noemen. Ruim 66.000 mensen – naast een Kernjury van 300 leden – brachten in 2011 hun stem uit, een verdubbeling van het aantal stemmen van vorig jaar.

Winnaars in het verleden waren o.a. Op klaarlichte dag van Simone van der Vlugt, Het diner van Herman Koch, De overgave van Arthur Japin, Het zijn net mensen van Joris Luyendijk, Komt een vrouw bij de dokter van Kluun, Heren van de thee van Hella S. Haasse en De eeuw van mijn vader van Geert Mak.

Klik HIERvoor meer informatie en om te stemmen!

Door je stem uit te brengen en je gegevens in te vullen maak je kans op mooie prijzen, te weten een hoofdprijs, tien tweede en vijftig derde prijzen.

De hoofdprijs bestaat uit 52 weken lang, elke week in een boekwinkel een boek ter waarde van € 20,– kiezen, in totaal € 1040,–. De overige prijzen zijn 10 maal twee NS-Dagkaarten en een Boekenbon van € 20,-, totaalwaarde €116,-, vijftig keer een NS-Dagkaart en Boekenbon ter waarde van respectievelijk € 48,- en € 10,–.

 

Schrijfprobleem #6 Je doelgroep niet kennen

Veel startende schrijvers beginnen met hun verhaal zonder dat ze weten wie ze willen aanspreken. In die zin schrijven ze alleen voor zichzelf. Daarbij komen we aan op het probleem van deze week: niet weten voor welk publiek je schrijft.

Het voornaamste gevolg van dit probleem is dat lezers een zekere distantiering voelen bij de tekst. Ze voelen zich niet aangesproken door de tekst, misschien omdat het verhaal een volwassen thema heeft maar geschreven is in een kinderlijke stijl. Of andersom, zoals een webtekst over schoolkranten waarin je de lezer aanspreekt met ‘u’.

Er zijn veel doelgroepen die elk anders aangesproken dienen te worden, dus de kans dat je het goed doet zonder te weten op wie jij je richt, is zeer gering. Beslis dus nog voordat je gaat schrijven voor wie je schrijft. Wil je een kinderboek uitgeven? Doe dan eerst onderzoek naar het cognitieve niveau op verschillende leeftijden. Of richt jij je op volwassenen? Bepaal dan of het om een specifieke groep volwassenen gaat. Als je verhaal bijvoorbeeld de scheikundige wereld induikt, verwacht de lezer ook dat je het vakjargon op dat gebied kent.

Zodra je jouw doelgroep hebt vastgesteld, kun je gaan zoeken naar goedverkopende boeken binnen het gekozen genre en publiek. Hoe spreken zij de doelgroep aan, is er een bepaalde stijl waar je op moet letten, et cetera. Laat je inspireren door wat werkt en verweef dat met jouw eigen creativiteit.

Daarnaast kun je onderzoek doen naar de doelgroep zelf. Ken je mensen die het soort boeken lezen die jij wilt schrijven? Stel ze dan eens wat vragen, bijvoorbeeld wat ze graag lezen en hoe ze het liefst worden aangesproken. Of zoek online, bijvoorbeeld op een forum, waar lezers discussiëren over dat soort boeken.

Uiteraard schrijf je vooral voor jezelf, omdat het een behoefte van je is. Maar bedenk dat een boek gelezen dient te worden; dat is immers de functie van een boek. Houd dus altijd rekening met wat het publiek wil lezen en hoe jij hen kunt voorzien in die behoefte.

Bron: Schrijvenonline #6